Hoogsensitief, vroeger had ik natuurlijk geen idee wat dat was en waarom dat bij mij hoorde. 
Mijn moeder zei wel altijd “je bent gewoon bijzonder” heb nooit geweten of ze dat nou positief of negatief bedoelde 😉

Nu weet ik wat ze er mee bedoelde. Bijzonder in de zin van “je voelt, hoort, ziet, ruikt net iets meer dan anderen doen”.
Als kind zijde zat ik vaak op mijn kamer, waar anderen buiten speelde met elkaar in grote groepen speelde ik liever op mijn kamer. Kleuren, muziek luisteren of gewoon niks doen. Het maakte mij niet uit, ik vond dat heel fijn.
Als de deurbel ging en er kwamen vriendinnetjes langs met de vraag of ze bij me mochten spelen zei ik 9 van de 10 x nee, ik wilde liever alleen zijn.

Ook op school was ik graag alleen, ik hoefde niet perse iemand naast me aan het tafeltje en ik zat altijd achteraan. Ik weet nog dat ik het verschrikkelijk vond dat er iemand achter me ging zitten. Dit heb ik overigens nog steeds. 
Tijdens vergaderingen of andere bijeenkomsten zit ik altijd achteraan, en het liefst ook nog aan op de laatste stoel van de rij. Zodat ik niemand achter me heb maar ook niet naast me. 
Ook met mijn rug naar een deur zitten doe ik nooit.

Geuren
Ik ben altijd heel gevoelig geweest voor geuren, als ik iets rook was er ook echt iets. Niemand rook het behalve ik, waardoor ik (en de mensen om mij heen) zich afvroegen of er iets mis was met mij. De geur hoefde maar minimaal te zijn maar ik rook het. 
Vaak werd ik ook misselijk van een geur, terwijl ik het de keer erop weer lekker vond. Dat was heel wisselend. 
Dat heb ik nu nog, mijn man is er ondertussen aangewend, als ik zeg dat er een geur hangt, het ook echt zo is. Hij heeft het wel afgeleerd om te zeggen “ik ruik niks dus er is niks”.

Geluiden
Ook daar kon ik als kind al heel slecht tegen, harde geluiden. In mijn puberteit ging ik niet graag naar een disco of kroeg, al die stemmen en harde muziek kwamen zo ongelooflijk hard binnen dat ik de dagen erna nog moest bijkomen. Als ik naar een kroeg of discotheek ging was het omdat men om mij heen vond dat dat moest als je jong bent. Je moet uitgaan, je moet op stap, je moet je onder de mensen begeven. Dus ik volgde braaf. Zo was ik dan ook wel weer.
Nu kan ik nog niet goed tegen harde geluiden, maar absolute stilte om mij heen kan ik ook niet aan. Als ik achter de computer werk heb ik wel altijd een radio aan. Als ik naar bed ga, staat altijd de radio naast het bed aan, heel zachtjes maar wel aan.

Vroeger was er geen naam voor, voor hoe ik was. Ik was gewoon bijzonder, na veel lezen en zelf ontdekken weet ik nu dat ik HSP ben en ik ben er blij mee.
Het is aanpassen, in heel veel situaties, maar het is te doen.